SPELLING (2)
This is an exercise to test your knowledge of Dutch spelling. Identify for each sentence the word that is spelt incorrectly. Type the word, in correct spelling, in the blank. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.
Examples:
Wij studeeren niet graag.
[Answer] studeren
Ik heb dat boek niet gelesen.
[Answer] gelezen
Ken je onze nieuwe buuren al?
Ik lees graag poezie.
Mijn kamer is neter dan de jouwe.
Ik heb die roode trui al jaren.
Hij beloovt jou liever niets meer.
Peter en Marie logeeren vanavond bij hun oma.
Jan heeft de glasen op tafel gezet.
We kunnen echt niet kiesen!
Hij herhalt mijn woorden elke keer.
Ze heben nooit veel tijd voor me gehad.
Mijn zussen zetten de dosen in de kast.
Wil je de katen buiten eten geven?
De dokter kent de namen van al zijn patienten.
De prijsen blijven maar stijgen.
Weet je waar mijn soken zijn?
Er staan nog drie stoellen in de slaapkamer.
Mijn vriend spreekt wel vijf taalen.
Jullie hebben vroeger al eens kennisgemakt.
Ik heb hem verschillende brieven geschrefen.
Hij heeft al jaaren niet meer met zijn ouders gesproken.