PRONOMINAL ADVERBS (personal)
This is an exercise about pronominal adverbs in Dutch, especially about the personal pronominal adverb. Replace the object after the preposition in the second sentence of each item (use 'er'). Type your answer in the blank. Pay attention to correct spelling and punctuation. Use the 'check' button to correct your answer. If you do not know the correct answer, please click on 'show answer'. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.
Example:
Mijn vader houdt van voetbal. Ik hou niet van voetbal.
[Answer] Ik hou er niet van.
Peter houdt erg veel van koken. Zijn vrouw houdt ook van koken.
We gaan graag naar de film. Jullie gaan niet graag naar de film.
Vissen is mijn grootste hobby. Ik praat altijd over vissen.
Ze leest graag boeken. Ze heeft veel belangstelling voor literatuur.
Jullie willen frietjes eten. Wij hebben ook zin in frietjes.
Karin staat aan de bushalte. Ze wacht al een uur op de bus.
We gaan nooit op vakantie. We genieten niet van reizen.
Jan zit voor de televisie. Hij kijkt elke avond naar de televisie.
Hij gaat nooit naar de discotheek. Hij kan niet tegen lawaai.
Ik kan niet ver lopen. Ik heb altijd last van mijn been.
Frank studeert nooit. Hij maakt zich geen zorgen over zijn studies.