VOCABULARY
uitlaten : to walk
(a dog)
vasthouden : to hold
lijn, de : leash
losrukken : to tear loose
weglopen : to run off
opgeven : to give up
tegenkomen : to meet, to run into
zoek zijn : to be lost
aankijken : to look at
allang : for a long time
uitschelden : to call names
zich niets aantrekken
van : to pay no attention to