NUMERALS

This is an exercise about ordinals and cardinals in Dutch. Choose from the dropdown list the correct missing numeral. In brackets you find the number. Pay attention to the kind of numeral you should use. Use the 'check' button to correct your answer. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.

Examples:
Ik heb _________ zussen (4).
[Answer] vier

De Nederlandse zwemmer eindigde op de _________ plaats (4).
[Answer] vierde
1. Ik heb twee honden. Ik heb witte hond (1) en zwarte (1).
2. Dit is de sigaret die ik rook (1).
3. Mijn broer wordt vandaag jaar (26).
4. Ik ben geboren op de dinsdag van maart (2).
5. Het is vandaag april (3).
6. Deze jas kost Euro (1000).
7. Dit is de auto die hij koopt (6).
8. Ik lees dit boek voor de keer (3).
9. Het kindje heeft al tanden (2).
10. Mijn vriendin viert haar verjaardag (26).
11. Hij is de bezoeker van het museum (1000).
12. Ze werkt daar al jaar (6).
13. Ik ben het kleinkind van mijn grootouders (10).
14. Hij is jaar ouder dan zijn vrouw (10).

vBulletin analytics