This is an exercise about negation in Dutch. Please choose between the use of ‘niet’ or ‘geen’. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.
Ik ken mijn buren __________.
niet
geen
Ze komen __________ uit Nederland.
niet
geen
Hij spreekt __________ Frans.
niet
geen
We zijn __________ vaak thuis.
niet
geen
Mijn broer heeft __________ vrienden.
niet
geen
Ik vind mijn buurman uit Noorwegen __________ aardig.