HOEVEN TE (1)
This is an exercise about the use of the construction 'hoeven te' in Dutch. Rewrite the sentence using ‘hoeven (te)’. Also make sure that you choose the correct negator. Type your answer in the blank. Pay attention to correct spelling and punctuation. Use the 'check' button to correct your answer. If you do not know the correct answer, please click on 'show answer'. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.
Examples:
Hij moet nu bellen.
[Answer] Hij hoeft nu niet te bellen.
Hij moet een kaartje kopen.
[Answer] Hij hoeft geen kaartje te kopen.
Corina en Jasper moeten naar huis.
We moeten morgen naar school.
Hij moet zijn moeder helpen.
Ik moet vanavond koken.
Jullie moeten boodschappen doen.
We moeten hem steunen.
Je moet eten.
Ze moeten geld geven.
Ik moet een brief schrijven.
Jullie moeten de broeken strijken.
Hij moet hier naar links gaan.
Tim moet zijn oma bezoeken.
Jan moet een foto nemen.
We moeten de auto herstellen.
Ik moet een boek publiceren.
Jullie moeten je schoenen poetsen.