CLAUSE
This is an exercise about clauses in Dutch. Please answer the following question for the five sentences below: 'Of how many clauses does this sentence consist?'. Type your answer in the blank. Feedback is given with the correct answer. Use the 'check' button to correct your answer. If you do not know the correct answer, please click on 'show answer'. Once you have finished the exercise, you will be given a score. If your score is below 70% we advise you to review the grammar.
Examples:
Hoewel hij honger heeft, eet hij niets.
[Answer] 2
Elke morgen eet hij drie boterhammen en een appel.
[Answer] 1
Ik ga morgen niet naar school.
Als je moe bent, moet je gaan slapen.
Ik wil vanavond liever niet naar de kroeg gaan.
Sam studeert Nederlands en Jan studeert Engels.
Willen jullie naar de film gaan of willen jullie naar televisie kijken?
Hij blijft vandaag in bed, omdat hij verkouden is.
Moet je vanavond bij je ouders op bezoek gaan?
Mijn zus gaat elk jaar voor een paar dagen naar Antwerpen.
Moet Hans morgen zijn auto en zijn fiets niet laten herstellen?
Terwijl ik studeer, luistert hij naar de radio.
De hond van de buren zit de hele nacht buiten in zijn hok.
Frank is niet aardig en hij is ook niet grappig.
De oude man maakt met zijn vrouw een wandeling in het park.